Schizofrenie (gespleten geest; σχίζω schizo, φρενός phrenos) is een psychische aandoening binnen het schizoïde spectrum die in verschillende vormen en gradaties voorkomt en zich meestal openbaart tussen het 15de en 30e levensjaar. Het is dus een aandoening die vooral jonge mensen treft. Van elke honderd personen zal de ziekte zich bij gemiddeld één persoon ontwikkelen. Een belangrijk kenmerk is dat er tijdens het verloop van de ziekte minimaal eenmaal een psychotische episode is opgetreden. Doorgaans komen deze episoden vaker voor. Ze gaan gepaard met een afwijkende beleving van de werkelijkheid (een afwijkende cognitie), resulterend in onlogische gedachtepatronen, wanen, hallucinaties en in wisselende mate emotionele, denk- en gedragsstoornissen. Vaak treedt ook cognitief verval (het vermogen om iets te leren) op. Vroeger werd voor deze aandoening ook de term dementia praecox (=dementie op jonge leeftijd) gebruikt. Inmiddels is de terminologie belangrijk verfijnd.
Het woord schizofrenie betekent letterlijk "gespleten geest". Deze vertaling heeft tot nogal wat misverstanden rond schizofrenie geleid. Mensen die aan de ziekte lijden, hebben namelijk géén gespleten geest of hersenen die gespleten zouden functioneren. Ook is inmiddels bekend dat deze mensen géén gespleten persoonlijkheid hebben; ze bestaan niet uit meerdere, verschillende personen. Schizofrenie wordt namelijk vaak verward met dissociatieve identiteitsstoornis. De gespletenheid bij schizofrenie uit zich niet, zoals vaak wordt gedacht, in een meervoudige persoonlijkheid, maar in een beeld waarbij de samenhang in het denken, tussen waarneming en gedachten en tussen emoties en gedachten in ernstige mate is afgenomen, althans voor anderen minder goed invoelbaar is.
De oorzaak is altijd onderwerp geweest van vele speculaties, en ook tegenwoordig zijn de boeken hierover nog lang niet gesloten. Er kunnen lichamelijke afwijkingen in de hersenen een rol spelen. Erfelijkheid speelt een belangrijke, maar niet uitsluitende rol. Mogelijk bestaat er een genetische verwantschap tussen schizofrenie en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Recent wordt vooral een geïntegreerd kwetsbaarheid-stressmodel gehanteerd.
Ook bij eeneiige tweelingen (die dezelfde genen hebben) bestaat echter geen volledige concordantie (dat wil zeggen als de ene helft van een tweeling het heeft, heeft de andere het in 50-70% ook, maar niet 100%), wat een aanwijzing is dat naast de erfelijkheid ook de omgeving een rol kan spelen in het ontstaan van de ziekte.
Zowel de genetische relatie tussen schizofrenie en autisme als het aspect van de in principe genetisch identieke tweelingen staan sterk in de belangstelling van onderzoekers vanuit het aspect van copynumbervariaties.
Onbehandeld is schizofrenie een ziekte die tot veel lijden (bij patiënt en omgeving) kan leiden en invaliditeit veroorzaken.