De DSM beschrijft kenmerken (symptomen) maar noemt geen oorzaken. Dat bemoeilijkt behandeling. PDD-NOS is niet altijd even ernstig. De kenmerken die aanleiding zijn voor de diagnose PDD-NOS zijn bij iedereen in verschillende mate aanwezig. Dit kan gaan over achterstanden op emotioneel, sociaal en motorisch gebied.
Zo ervaren erg veel mensen met PDD-NOS tekorten met betrekking tot sociale vaardigheden. Emoties herkennen op andermans gezicht is een belangrijke ontwikkelingstaak. Het is mede gebaseerd op het kunnen spiegelen van houdingen, lichaamstaal en gebaren. Daarvoor is een vloeiende motoriek nodig en een goed evenwichtssysteem - als dat ontbreekt, "spreek iemand een andere lichaamstaal" en snapt de lichaamstaal van de ander niet. De "spreker" van de andere lichaamstaal wordt op zijn/ haar beurt ook veel minder verstaan. Dat laat sporen na. Daardoor kunnen gemakkelijk problemen ontstaan in de omgang met andere mensen. Het resultaat daarvan is dat er soms onbegrip en afstand ontstaat tussen iemand met de ontwikkelingsstoornis en anderen. Jongeren hebben nogal eens weinig contact met leeftijdsgenoten en gaan soms meer om met volwassenen. Mensen met PDD-NOS krijgen informatie anders binnen en hebben vaak de tijd nodig om de informatie te kunnen plaatsen.
Iemand met PDD-NOS is dikwijls sterk op zichzelf gericht. Ook hebben ze vaak een preoccupatie of obsessie naar bepaalde interesses. Orde aan kunnen brengen is een ontwikkelingstaak die niet altijd even goed gelukt is. Vaak houdt dit verband met de ontwikkeling van het evenwichtsgevoel: als de wereld constant in beweging lijkt te zijn lukt zelf ordenen maar zelden. Hieruit ontstaat de behoefte aan structuur. Een vaste dagplanning helpt velen te voorkomen dat men voor moeilijk te verwerken verrassingen komt te staan. Planningsproblemen leveren vaak stress en gevoelens van onveiligheid op.
Fantasie en werkelijkheid zijn voor mensen met PDD-NOS niet altijd gemakkelijk te scheiden. Vooral jongeren hebben de neiging alles heel letterlijk op te vatten; als ze bijvoorbeeld in een televisieserie iemand dood zien gaan, dan is de eerste impuls te denken dat de acteur nu ook echt dood is. Ook heeft men vaak moeite met woordspelingen en uitdrukkingen omdat men geneigd is alles heel letterlijk te nemen. Als bijvoorbeeld gezegd wordt dat de buurvrouw naast haar schoenen loopt, kan soms een kind met PDD-NOS verwachten dat de buurvrouw letterlijk naast haar schoenen staat. Dat niet alles zo letterlijk te nemen is, moet dan van situatie tot situatie aangeleerd worden.
Sommige mensen met PDD-NOS hebben de neiging zich te concentreren op kleine details. Bijvoorbeeld als het ergens een rommel is en er liggen kranten, papieren, vuilniszakken en afval. Als er dan gevraagd wordt of deze rommel is opgemerkt, kan het blijken dat de persoon met PDD-NOS alleen de vuilniszakken telt, inplaats van naar het geheel te kijken. Ook kunnen sommigen zich zo sterk op details concentreren, zoals geuren, geluiden en licht, dat wat er verder om hen heen gebeurt niet meer wordt opgemerkt. Ook tijdens een gesprek kunnen mensen met PDD-NOS vaak afgeleid zijn.