• Poll

    • Ons kind en bezuinigingen
    • Geen probleem
      Financiƫle gevolgen
      Emotionele gevolgen
      Anders

Behandeling

Tegenwoordig wordt OCS meestal behandeld via een vorm van gedragstherapie of cognitieve gedragstherapie. Hierbij wordt de patiënt herhaaldelijk blootgesteld aan de gevreesde situatie (bijvoorbeeld het aanraken van een “besmet” voorwerp) en mag de patiënt de bijbehorende dwangmatige handeling (bijv. handenwassen) niet uitvoeren. De patiënt begint met blootstelling aan een situatie die slechts een beperkte angst/dwangmatigheid oproept, en het proces wordt herhaald totdat de situatie nog slechts een minimale angst/dwangmatigheid oproept. Vervolgens herhaalt men dit in situaties die voor de patiënt aanvankelijk steeds moeilijker zijn: stapsgewijs worden dus steeds moeilijker/dwangmatiger situaties aangepakt.
Een andere pijler van de behandeling bestaat eruit dat men de patiënt confronteert met zijn onrealistische gedachten. Hij of zij leert dan dat bepaalde zaken helemaal niet zo risicovol zijn, dat het verantwoordelijkheidsgevoel overdreven is, of dat bepaalde twijfels overdreven zijn.
Uit een groot aantal studies is gebleken dat gedragstherapie effectief is: Na 10 tot 20 behandelsessies treedt bij 85% van de patiënten verbetering op. In 55% van de gevallen is de verbetering groot tot zeer groot.
Voor de meeste patiënten geldt dat een combinatie van gedragstherapie en het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (voornamelijk SSRIs) het meest effectief is. Bij dwangstoornissen blijkt er sterk sprake te zijn van experiëntiële vermijding. Recent werd aangetoond dat ook Acceptance and Commitment Therapy, die zich onder meer richt op deze experiëntiële vermijding, effectief is voor OCS.

Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden die DBS van de amygdala biedt.

Geneesmiddelen

  • SSRIs
    • Fluoxetine (Prozac, Fluox, Fontex, Fluoxemed, Fluoxone) gebruikelijke dosis: 80 mg
    • Fluvoxamine (Fevarin, Floxyfral) gebruikelijke dosis: 300 mg
    • Sertraline (Zoloft, Serlain) gebruikelijke dosis: 200 mg
    • Paroxetine (Seroxat, Aropax) gebruikelijke dosis: 60 mg
    • Citalopram (Cipramil) gebruikelijke dosis: 60 mg
    • Escitalopram (Lexapro, Sipralexa) gebruikelijke dosis: 20 mg
  • Andere medicatie
    • Clomipramine (Anafranil) gebruikelijke dosis: 250 mg
    • Venlafaxine (Efexor) gebruikelijke dosis: 375 mg
    • Quetiapine (Seroquel) gebruikelijke dosis: 500-750 mg

Bijwerkingen (meestal van voorbijgaande aard) van SSRIs kunnen zijn: toename angstgevoelens gedurende de eerste weken, seksuele problemen, diarree, hoofdpijn, misselijkheid en slapeloosheid. Clomipramine: duizeligheid, sufheid, droge mond en seksuele problemen. Venlafaxine: wazig zien, hoofdpijn, seksuele problemen en misselijkheid.

Bron
Vorige Vorige