Er is geen eenduidige test voor ADD. De diagnose ADD wordt gesteld op basis van een gestructureerde vragenlijst en een concentratietest en er worden, indien wenselijk, ook familieleden of andere direct betrokkenen uitgenodigd voor een interview. De uitkomst van de vragenlijst en de gesprekken moeten helderheid geven over ADD. Het onderzoek en de diagnostiek worden over het algemeen uitgevoerd door een psychiater of een psycholoog.
Voor het stellen van de diagnose ADD worden de specifieke DSM-IV criteria van ADHD gebruikt, maar zonder de hyperactiviteit. Volgens het DSM-IV handboek zijn kenmerken van ADD:
Een volwassene met ADD zal de onderstaande vragen allemaal met "ja" kunnen beantwoorden.
Wanneer deze vragen positief worden beantwoord, zal er een vervolgonderzoek aangeboden worden waarin wordt onderzocht of de klachten niet toch van tijdelijke aard zijn, of gerelateerd aan een andere psychiatrische stoornis (comorbiditeit). Vervolgens zal de onderzoeker met behulp van de vragenlijst met specifieke criteria informatie verzamelen om een diagnose te kunnen stellen.
Een probleem met deze criteria is dat men ervan uitgaat dat deze klachten aanwezig dienen te zijn in alle leefgebieden zoals wonen, werken of in andere situaties waarbij de omgeving bepaalde eisen stelt. Een ander punt is dat men veronderstelt dat de symptomen al in de eerste zeven levensjaren aanwezig zijn. Ze zijn echter bij mensen met ADD in de kleutertijd lang niet altijd goed onderkend. Vooral bij volwassenen die in de jaren zeventig in een tolerante omgeving zijn opgegroeid, zorgden aandachtstekort- en concentratiestoornissen niet altijd voor grote problemen. Daarom worden ze bij een standaard onderzoek soms moeilijk herkend. Bovendien zijn de ouders die betrokken worden bij zo'n onderzoek vaak al op een respectabele leeftijd en is hun informatie niet altijd eenduidig en nauwkeurig. Aangezien ADD in ongeveer 75% van de gevallen een gevolg is van erfelijke belasting, is de kans groot dat één van de ouders zelf ADD heeft. Dit betekent dat in het gezin van herkomst afwijken van de algemene norm niet altijd als een probleem werd ervaren.
ADD in combinatie met dyspraxie wordt ook wel DAMP-syndroom genoemd.