De Nederlandse Gezondheidsraad schatte in het jaar 2000 dat ongeveer 2% van de kinderen tussen de vijf en veertien jaar zulke ernstige symptomen van ADHD of ADD heeft dat specifieke behandeling nodig is. Behalve psycho-educatie om de kennis van alle betrokkenen over ADD te vergroten is een intensieve vorm van indirecte gedragstherapie aangewezen. Dit gebeurt vaak in de vorm van 'parent management training' (PMT) en 'mediatraining' van ouders en leerkrachten. Directe gedragstherapie is voor de lange termijn veel minder effectief gebleken. Bij onvoldoende resultaat kan hieraan een medicamenteuze behandeling worden toegevoegd.
Hoewel Ritalin (in België meestal verkocht onder de merknaam Rilatine) het meest gangbare middel is, zijn er ook andere middelen die ingezet kunnen worden, zoals Strattera en bepaalde antidepressiva. In sommige gevallen kan het aan Ritalin verwante dextro-amfetamine worden voorgeschreven. Ritalin kan volgens een voorgestelde richtlijn van de EMEA (de Europese medicijnen autoriteit) uit begin 2009 beter niet langer dan een jaar onafgebroken worden gebruikt omdat er nog te weinig onderzoek is gedaan naar de langetermijneffecten. De EMEA stelt ook dat meer controle nodig is gedurende het gebruik in verband met de kans op bloeddrukproblemen en het verergeren van sommige psychische aandoeningen. Ook dient de groei van lengte en gewicht in de gaten gehouden te worden.
Therapeutische effecten en bijwerkingen van medicijnen kunnen per individu verschillen. Dit betekent dat een medicatieadvies altijd maatwerk is. Alleen artsen met een specifieke deskundigheid in ADD mogen een medicamenteuze behandeling starten.
Deskundigen menen dat drugsgebruik door mensen met ADD en ADHD in sommige gevallen een vorm van zelfmedicatie is, waaraan bij een adequate medicamenteuze behandeling niet langer behoefte bestaat.
Sommige artsen gebruiken neurofeedback (hersengolftraining) omdat het veronderstelt de oorzaak aan te pakken. Met neurofeedback zouden nieuwe neuronen aangelegd worden met gegevensbanen die een impact hebben op de neurotransmitter- en hormonenhuishouding. Een wetenschappelijke studie van Lubar in 1995 toonde aan dat bij 51 behandelde ADHD-gevallen er na 10 jaar blijvende positieve resultaten waren.
Voeding zou volgens sommige behandelaars een grote invloed hebben op de symptomen. Onder andere een glutenvrij, zuivelvrij en suikervrij dieet wordt gebruikt. Gluten-, zuivel- en suikergevoelige mensen maken natuurlijke endorfines (opioïde peptiden) aan die vergelijkbaar zijn met morfine.