Pad 
 Pad 

Zorgkantoren aan zet bij pgb-stop

27-07-2010

Zorgkantoren gaan per individuele aanvrager van een persoonsgebonden budget (pgb) beoordelen of de aanvrager op de wachtlijst moet komen te staan, of onder de uitzonderingsregels valt die zijn opgesteld na de bevriezing van het pgb-budget. Bestaande wooninitiatieven die dreigen om te vallen vanwege de stop, moeten met het zorgkantoor om de tafel. Dit blijkt uit een gesprek met Johan Knollema met Zorgvisie.

Het ministerie van VWS maakte vorige week bekend voor welke cliëntgroepen het mogelijk blijft om na de bevriezing van het budget op 1 juli een persoonsgebonden budget (pgb) aan te vragen. Het is aan de zorgkantoren om de uitzonderingsregels te interpreteren en te bepalen voor welke individuele zorgvrager de regels gelden.
Pgb-coördinator Johan Knollema van het College voor zorgverzekeringen (CVZ):  “Voor mensen die een verblijfindicatie hebben gekregen, moet gekeken worden of er een geschikt extramuraal alternatief is. Deze pgb-aanvragers kunnen dan kiezen of zij in die instelling zorg willen ontvangen, of dat zij liever op de wachtlijst willen blijven staan tot 1 januari 2011. Alleen als er geen plek is bij een geschikte extramurale instelling, kunnen deze mensen een uitzonderingspositie krijgen en een pgb voor thuis toegewezen krijgen.”

Specialistische behandelingen

Voor kinderen die verdere medisch specialistische behandelingen nodig hebben, is het volgens Knollema vrij eenvoudig om te bepalen of zij een uitzonderingspositie hebben. “Dat staat vrij helder omschreven.”  Minder duidelijk is welke kleinschalige wooninitiatieven nog nieuwe cliënten met een pgb mogen opnemen. “Als je als instelling bij het zorgkantoor kan aantonen dat er voor 1 juli onomkeerbare stappen zijn genomen, zoals de start van de bouw of ondertekening van een huurcontract, dan val je onder de uitzondering. Reeds bestaande wooninitiatieven moeten bij het zorgkantoor aannemelijk maken dat zij over de kop gaan als zij geen nieuwe pgb-houders kunnen opnemen. Het is aan het betreffende zorgkantoor om te oordelen of de voorgelegde stukken dit inderdaad aantonen.”

Bron